Geen rolstoel en krukken meer

0
43
Lees het getuigenis van Lianne!

Vier weken geleden ben ik met vrienden mee geweest naar een conferentie. En, zoals wel vaker gebeurd op conferenties werd mij gevraagd of ik gebed wilde. Eerlijk gezegd vind ik dat een lastige vraag. Op zich wil ik wel gebed, maar er worden ook vaak dingen gezegd waar ik moeite mee heb. Hoe vaak mij al niet verteld was dat ‘vanavond mijn avond zou zijn’, dat ‘God mij zou aanraken’, dat ‘ik toch echt nu zou genezen’ enzovoorts. En als ik dan ’s avonds weer alleen ben en op bed lig, dan komt de teleurstelling en het verdriet, omdat het toch weer niet gebeurd was. En hoewel ik het lastig vind om te geloven, had ik toch elke keer weer die hoop: ‘zou het dan toch vandaag……? ’Toch geloof ik wel in een God die kán genezen en wil ik mij daar dan ook naar uitstrekken. Dus toen mij gevraagd werd of ik gebed wilde heb ik daar ‘ja’ op gezegd.

In eerste instantie was er een pastor die voor me bad. Omdat de conferentie in Boedapest plaats vond werd alles vertaald, voornamelijk in het Engels. Ik was zo moe dat ik Nederlands al amper meer kon volgen, dus een groot gedeelte heb ik gemist. Halverwege het gebed vroeg hij of ik een man had. Toen ik vertelde dat ik single was begon hij te bidden dat ik een man en kinderen zou krijgen. En dat ik zou genezen, want wat hebben kinderen aan een moeder die de hele tijd op bed ligt…. En dat deed pijn, omdat mijn ziek zijn juist de reden is waarom ik in de afgelopen periode afscheid had genomen van het idee dat ik ooit moeder zou worden. Die beste man zal vast ook een hoop mooie en goede dingen gezegd hebben, maar ik kan ze even niet meer voor de geest halen.

Er was een vrouw in die kerk die een aantal jaar geleden genezen was van hele heftige gezondheidsklachten. Ze werd opgezocht om voor mij te bidden. Ik was inmiddels compleet uitgeput van alles, maar ik vond het onbeleefd om weg te gaan en ik was bang dat mensen zouden denken dat ik niet genoeg geloof had. Ook hier weet ik niet alles meer van, maar ik kan me nog herinneren dat ze heeft gezegd dat het genezingsproces 9 tot 12 maanden zou duren en dat ze mij lopend terug zou zien. En ergens halverwege vroeg ze of ik van dansen hield. Vanwege mijn vermoeidheid kwam het nauwelijks bij mij binnen, maar bij de vrienden om mij heen gebeurde er wel veel op dat moment. In de afgelopen 4 jaar dat ik zo beperkt ben geweest is meerdere keren door verschillende mensen geprofeteerd dat ik zal gaan dansen voor God. De vrienden die mee waren wisten dat en het is bijzonder om mee te maken dat het terug blijft komen. God blijft Zijn Woord herhalen.

Dat ze zei dat zij mij lopend weer terug zou zien, had ik aardig wat moeite mee. Waar haalde ze het recht vandaan om dat tegen mij te zeggen? Voor mij klonk het hetzelfde als al die anderen die ooit tegen me gezegd hadden dat ik zou genezen, maar wat tot op dat moment nog nooit was gebeurd. In combinatie met wat de pastor eerder al tegen mij had gezegd, gaf dat best wat frustratie. In de loop van de jaren ben ik gewend geraakt om deze frustratie al snel weer los te laten en weer verder te gaan. Die avond zaten we met z’n allen lekker na te kletsen, en toen het gebed en de genezing weer ter sprake kwam, werd ik weer gefrustreerd. Later hoorde ik van m’n reisgenootjes dat maandag, op de terugweg in de auto naar Nederland, de frustratie duidelijk te zien was toen het onderwerp opnieuw ter sprake kwam. Die dinsdag heb ik plat op bed doorgebracht, omdat ik me nog erg ziek voelde van het weekend. En de hele dag ben ik gefrustreerd en boos geweest. Ik denk niet dat ik mezelf ooit zo heb meegemaakt.

Die avond had ik een telefoongesprek met mijn moeder. Ze vertelde iets over een situatie waarin ze geestelijke strijd had ervaren en hoe dat was gelopen. Toen ik weer ophing dacht ik er nog eens over na, en ik besefte me dat de enorme hoeveelheid frustratie die ik ervoer niet alleen maar uit mezelf kwam. Het leek wel alsof ik expres boos gemaakt werd. En ik kon maar een persoon bedenken door wie dat kon komen: satan. Natuurlijk wil hij niet dat ik ga geloven dat er echt wat gaat gebeuren. Op dat moment heb ik ervoor gekozen om de frustratie opzij te zetten en te accepteren dat het mogelijk zou zijn dat er werkelijk wat zou gaan gebeuren. Op het moment dat ik probeerde te bedenken dat het dus wel een mogelijkheid zou kunnen zijn dat ik over een jaar alles weer zou kunnen, voelde ik de frustratie weer op komen. Ik heb toen alles uit handen gegeven en in Gods handen gelegd. De angst om niet te genezen en altijd ziek te blijven, maar ook de onzekerheid van het wel genezen en wat dat dan zou betekenen voor mijn leven.

Die donderdag had ik, voor mijn doen, een drukke dag. Het waren dingen die ik heel graag wilde doen, maar ik wist ook dat dat met mijn energie-level niet wijs zou zijn, zéker niet zo kort nadat ik naar een conferentie ben geweest. In al mijn eigenwijsheid besloot ik dat ik het toch wilde doen, en ik bereidde me er op voor dat ik vrijdag de klap wel zou krijgen en me dan weer heel erg beroerd zou voelen.

Die vrijdagavond besefte ik me opeens ik me eigenlijk wel prima voelde, ook al was ik bezig met dingen in huis. Ik was verbaasd, maar stond er niet zo bij stil. Toen ik zaterdag wakker werd, stapte ik uit bed om naar het toilet te lopen. Na 3 stappen stopte ik. Dit gevoel kende ik niet….. Ik voelde kracht in mijn benen….. Mijn benen konden mij dragen……. Ik stampte nog een paar keer om te testen, en het bleef krachtig voelen. Ik liep een aantal rondjes door mijn huis en ik voelde me alsof ik droomde. Maar ergens besefte ik me ook dat dit geen droom was, en dat ik me werkelijk goed voelde. Gewoon goed. Niet een beetje goed, niet ‘wel oké’, maar goed.

Toen kwam het idee in me op dat ik me zo goed voelde dat ik eigenlijk wel wilde testen of ik mogelijk een klein rondje kon fietsen. Ik had net 2 maanden geleden mijn fiets verkocht, omdat ik niet dacht dat ik deze de komende jaren zou gaan gebruiken. Ik heb diezelfde dag nog op marktplaats een fiets op de kop getikt. Ik wilde mezelf alle kansen geven om te gaan oefenen en daarmee God ook alle kans geven om verbetering te geven.

Die bewuste zaterdag is inmiddels 3 weken geleden. En het gaat nog steeds goed. Ik heb geen pijn meer. Nou ja, zo nu en dan wat spierpijn als ik geoefend heb, maar dat is gezonde pijn. Ik voel me niet meer ziek. Ik heb energie en ik heb zin om dingen te doen. En waar ik altijd een terugslag kreeg als ik over m’n grenzen ging, heb ik dat nu helemaal niet meer. Ik ga nog wel over m’n grenzen, ik ben veelste enthousiast op dit moment, maar ik krijg geen terugslag meer. Ik voel me wat moe en ik krijg wat spierpijn, maar dat is met een beetje rust ook zo weer weg. Wat ik nu kan is nog steeds niet heel erg veel. Voor mij wel, maar voor een gezond persoon niet. Ik kan op dit moment 300 meter lopen en 700 meter fietsen. Daar kom je dus nog niet eens de wijk mee uit. Maar voor die conferentie kon ik amper 50 meter lopen en was fietsen helemaal geen optie. Er gaat een hele wereld voor mij open. Samen met God ben ik op weg en stapje voor stapje mag ik oefenen en mijn wereld uitbreiden.

Ik word hier heel erg blij van en ik ben God ontzettend dankbaar voor het wonder wat Hij heeft gedaan. Ik vind het ook lastig en spannend, omdat mijn leven er nu zomaar opeens zo ontzettend anders uit ziet. Hoewel ik er vertrouwen in heb dat God geen half werk levert ben ik wel erg benieuwd naar wat ik ga kunnen en hoe lang het allemaal gaat duren. Dat dingen nog een jaar gaan duren is inmiddels al vaker terug gekomen, maar wat ik allemaal precies ga kunnen na dit jaar is voor mij ook nog een verrassing. Ik ben benieuwd!