Reactie boekbespreking Uitdaging over Openbaring

0
218

Ds. Cees van Atten heeft een recensie van mijn boek de Beelden van Openbaring geschreven voor Uitdaging. Hij gaf daarbij aan dat hij al lezend steeds meer vragen bij mijn boek kreeg. Daarom zou ik graag willen proberen een aantal daarvan hier te beantwoorden.

NU
Als eerste schrijft van Atten, dat volgens mij de eindtijd ‘NU’ (hoofdletters van Scheele) is begonnen. Dat hangt er maar net vanaf wat je onder eindtijd verstaat. Wat mij betreft is de eindtijd de gehele periode tussen Jezus’ eerste en tweede komst, die ook wel ‘de tijd van de niet-Joodse volken’ genoemd wordt. Aan het eind van die eindtijd breekt het seizoen aan waarin Jezus terug zal komen, precies naar wat Jezus zei in Mattheüs 24:32-33, maar de exacte ‘dag’ kunnen wij niet weten. Ik kom inderdaad tot de conclusie dat dat seizoen al is aangebroken. Één van de belangrijkste ‘tekenen’ daarvoor is het terugkeren van het volk van Israël naar het land in 1948.
Dat er vele mensen vóór mij geweest zijn vanaf de Middeleeuwen die ook allerlei dingen gezegd hebben, diskwalificeert mij niet per definitie al. Ooit gaat het een keer gebeuren en volgens Jezus’ woorden kunnen we dat seizoen herkennen. De discussie moet daarom niet over de voorgangers gaan die er naast zaten, maar over de argumenten en uitleg die ik gebruik en of die kloppen of niet.

Puzzelen
Van Atten heeft moeite met mijn woordgebruik als ik zeg dat de beelden van Openbaring als puzzelstukjes aan elkaar verbonden kunnen worden: “het is de vraag of je Openbaring als een puzzel wilt en kunt benaderen,” schrijft hij. Mijn antwoord daarop is dat elke predikant de bijbel als een puzzel behandelt. Elke verwijzing van de ene tekst naar de andere is ‘als puzzelstukjes die je met elkaar verbindt’ in mijn woorden. Zo puzzelt van Atten ongetwijfeld ook heel wat af in het voorbereiden van zijn preken. Dat mogen we hopen tenminste. Maar hij noemt dat ongetwijfeld anders. Vergeef mij dan mijn taalgebruik. Openbaring is voor 80% gebaseerd op referenties naar het Oude Testament en als je ‘die puzzelstukjes’ er niet bijhaalt, kan je Openbaring niet begrijpen. Verder zitten er inderdaad vele kruisverwijzingen tussen de beelden.

Schema
Dat ik volgens van Atten bijbelteksten ‘in probeer te passen in mijn schema’ doet zeer. Juist omdat ik over schema’s maken dit zeg: “Ik denk eigenlijk dat dat vrij zinloos is” (blz. 264). Wat ik wel doe, is de beelden van Openbaring koppelen aan de geschiedenis van het Joodse volk. Daar heb ik ook een tijdlijn van gemaakt. Niet zozeer, omdat dat ‘mijn schema’ is, maar omdat ik denk dat Openbaring en de Oude Profeten daar nadrukkelijk om vragen. Het punt is dat als je eenmaal ‘dat plaatje kunt zien’, Openbaring eigenlijk verrassend eenvoudig is en ik dit inderdaad in één zin uit kan leggen: de beelden van Openbaring gaan (met name) over de geschiedenis van het Joodse volk tussen Jezus’ eerste en tweede komst. Waarom? Omdat God door de olijfboom Israël zijn heilsplannen wil realiseren. Wij als gelovigen uit de andere volken zijn daar alleen maar als takken op geënt.

Voorgangers
Dat 1500 voorgangers die ooit ook boeken geschreven hebben over Openbaring dit zo voor de hand liggende en eenvoudige concept nooit hebben gevat – en ik hen daarom niet aanhaal – maakt niet dat ik daarmee per definitie ongelijk heb. Als ik niets nieuws in te brengen zou hebben, zou ik niets te vertellen hebben en zou ik niet gemotiveerd geweest zijn om er een boek over te gaan schrijven. Enerzijds wil van Atten mij diskwalificeren omdat er al zovelen zijn geweest die ook boeken geschreven hebben over Openbaring en er naast zaten. Anderzijds wil hij mij diskwalificeren omdat ik zulke anderen die ingewikkelde boeken geschreven hebben niet aanhaal en het niet ‘samen met alle heiligen’ doe. “Wow”.
Ik heb inderdaad zo min mogelijk theorieën van voorgangers willen bespreken omdat ik het eenvoudig wilde houden! Dat wil niet zeggen dat ik niet op de hoogte ben van wat ze schrijven. Maar ik heb iets ‘gezien’ in Openbaring dat anderen vóór mij nog niet eerder gezien hebben. DAAR (hoofdletters van Scheele) heb ik over geschreven, niet over de schema’s van anderen. Ieder voor zich moet maar beoordelen of het hout snijdt wat ik gezien heb of niet en de tijd zal het uiteindelijk wel leren.

Aangepaste vertaling
Bij navraag vertelde van Atten mij dat mijn aangepaste vertaling die hij bij geen enkele Nederlandse, Engelse, Duitse of Franse vertaling tegenkwam, Jesaja 65:20 betrof. Nu is het zo dat we daar met een wat ik zou willen noemen: onoverkomelijk exegetisch probleem te maken hebben, volkomen los van hoe je Openbaring uitlegt. Daarom volg ik daarin de Septuagint, dat is de zeer oude Griekse vertaling van het Oude Testament. En ik leg in mijn boek uit, waarom dat volkomen gerechtvaardigd is en hoe dit alle exegetische problemen in één klap oplost.
Helemaal alleen sta ik dus niet in mijn keuze, zoals van Atten deed suggereren.

Tempel
Het opmeten van de tempel met een meetlat van Openbaring 11:1 verwijst inderdaad naar het BOUWEN van een nieuwe geestelijke tempel die gemaakt is van levende stenen. En het ‘de heilige stad vertrappen’ van vers 2 verwijst inderdaad naar het AFBREKEN van de fysieke tempel in het jaar 70. Dit is allebei vlak na de eerste komst van de Messias respectievelijk begonnen en gebeurd. Daarom begint het beeld van de Twee Profeten in/rond het jaar 70. Deze twee profeten zijn Mozes en Elia, die voor ‘de Wet’ en ‘de Profeten’ staan en als zodanig weer het Joodse volk representeren, of een beeld zijn van het Joodse volk. Het verhaal eindigt met de zevende trompet, dat is ‘de laatste bazuin’, dat zijn de zeven schalen waarin Jezus’ terugkomst besloten zit. Kortom: het beeld van de Twee Profeten schetst de hele geschiedenis van het Joodse volk tussen Jezus’ eerste en tweede komst. En ik heb wéér de kern van de beelden van Openbaring in één zin samengevat. De andere beelden haken vervolgens ergens op deze rode draad aan om daar dieper op in te gaan.
De ‘tempel in de hemel’ in de rest van Openbaring is een andere manier van spreken over de tempel van levende stenen. En die tempel vindt inderdaad zijn oorsprong in de zeven gemeenten waar Openbaring mee begint, waar ‘wie overwint tot een zuil in de tempel gemaakt zal worden’ (Openbaring 3:12). Ik heb die eerste hoofdstukken van Openbaring niet besproken, omdat het boek met 517 pagina’s al omvangrijk genoeg was zo. Maar ik zie het probleem ook niet dat van Atten met dit alles heeft en begrijp niet waar hij in zijn bespreking nu over valt. In mijn hoofd is het allemaal niet zo moeilijk meer, maar misschien leg ik het niet goed genoeg uit? In dat geval mag iedereen mij er gerust vragen over blijven stellen en zal ik opnieuw proberen zo goed en eenvoudig mogelijk te verwoorden wat ik gezien heb in de beelden van Openbaring.

Peter Scheele / www.peterscheele.nl