Doolhof

0
36
Lichamelijk gezien was het afgelopen halfjaar één van de zwaarste periodes in mijn leven tot nu toe. Na een paar maanden van zware vermoeidheid werd bij mij diabetes 1 geconstateerd. Ik moest dus aan de insuline. Het insulinegebruik had weer effect op de werking van de schildkliermedicijnen, die ik al 13 jaar slik, waardoor ik enorme hormonale schommelingen kreeg. De hele afstelling van de medicijnen plus het grote gewichtsverlies maakten dat ik zo verzwakt was dat ik een tijd lang weinig anders kon doen dan alleen maar op de bank liggen. Ik was zelfs nog te vermoeid om mijn eigen eten klaar te maken.

Jarenlang heb ik me in het onderwerp Goddelijke Genezing verdiept. Nadat we een aantal jaren geleden in ons gezin echt Goddelijke Genezing hebben gezien, meende ik er dan ook heel veel over te weten. Die genezing was voor ons namelijk een grote zoektocht geweest, een tasten in een donker doolhof. En als je de weg uit het doolhof éénmaal hebt gevonden, ben je er van overtuigd dat het een tweede keer ook moet lukken. Wat wij hadden ontdekt, was dat er maar één weg uit dat doolhof is en die weg is Jezus.

Maar hoe pas ik dat nu toe op mezelf? Wat geloof ik nu werkelijk over mijn situatie? In de maanden van zoeken ben ik datgene met mijn hart gaan begrijpen wat ik tot nu toe alleen maar met mijn verstand heb geroepen. In Jesaja 53 staat dat Jezus onze ziekten heeft gedragen en dat Zijn striemen onze genezing zijn. Toen ik daar voor de zoveelste keer over nadacht, zag ik het opeens voor me. Iedere keer dat Jezus werd geslagen, heeft God ziekten van mij genomen en op het lichaam van Jezus gebracht. God maakte Jezus ziek, staat er in hetzelfde hoofdstuk. Met andere woorden, God heeft de diabetes en de traag werkende schildklier van mij genomen en letterlijk op het lichaam van Jezus gelegd. In de geestelijke wereld zijn mijn ziekten dus niet meer op mijn lichaam. En toch zijn ze er nog wel in de zichtbare wereld. In zekere zin ben ik dus genezen en ziek tegelijk. Genezen voor God en voor deze wereld nog ziek.

God schiep de hemel en aarde en alles wat daarop is in één week. Maar in het tweede hoofdstuk van Genesis kun je lezen dat de planten nog niet opgekomen waren, omdat het nog niet had geregend. Maar op het moment dat God ze had geschapen waren ze er voor God al wel. Hij zag ze al en Hij zag dat het goed was. Toch duurde het voor de fysieke wereld nog een tijdje voor de planten opkwamen. Ik denk dat dit hetzelfde principe is. Voor God is het er al, maar tegelijk is het nog niet gemanifesteerd in onze fysieke wereld, omdat het een proces kan zijn.

In Marcus 11:23 staat: Al wat je bidt en begeert, geloof dat je het hebt ontvangen en dan zul je het krijgen. Daar zit die paradox ook in. Hoe kun je nu iets pas krijgen op het moment dat je het al hebt gekregen? Heb je het dan wel, of heb je het dan niet? Mijn conclusie tot nu toe is dat dit te maken heeft met het principe dat iets geestelijk gezien al waarheid is, maar het nog niet zichtbaar is voor de fysieke wereld. Ik ben dus gaan geloven dat ik geestelijk gezien al genezen ben. Ik geloof nu dat ik de genezing al ontvangen heb op het moment dat God mijn ziektes op het lichaam van Jezus legde. Maar tegelijk kan het een proces zijn voor het in de fysieke wereld zichtbaar wordt.

Hoe lang dat gaat duren, weet ik niet. Ik vind het wel prettig als het een proces is. Want ik zou geen idee hebben wat ik met mijn medicatie moet als ik van het ene op het andere moment zou genezen. Geleidelijk aan lijkt mij veiliger. We hebben het hier niet over een gebroken voet of over onvruchtbaarheid, of een hernia. Als je daar van geneest, dan is het gewoon ineens over en ben je gewoon gezond. Als mijn ziektes opeens verdwijnen, hoe weet ik dat dan? Moet ik de mediatie dan afbouwen, of moet ik ze eerst een tijd doorslikken en dan laten bloedprikken om het medisch te bevestigen? Dat heeft ook weer risico’s.

Toen ik er net achter was dat ik met diabetes te maken had, was er één Bijbeltekst waar als het ware knipperlichten bijstonden. Dat was Lucas 8:4. Daarin staat dat het zaad wat op rotsachtige bodem gevallen was wel opschoot, maar verdorde door gebrek aan vocht. Die laatste woorden sprongen voor mijn ogen van de pagina. Iets kan verdorren door gebrek aan vocht. De planten die God in Genesis 1 had geschapen, hadden ook water nodig om op te komen. Misschien heeft mijn lichaam wel extra vocht nodig omdat de cellen in mijn lichaam anders verdorren. Ze bestaan immers voor het grootste gedeelte uit water. Nu doe ik er mijn best voor om in ieder geval twee liter water op een dag te drinken. Wie weet is dit een onderdeel van het herstelplan van God voor mijn lichaam. En zo niet, dan is het in ieder geval goed om andere kwalen te voorkomen.

Dus, hoe is het nu? Mijn lichaam komt nu iets tot rust, maar de ziektes zitten er nog in. Toch geloof ik dat ik de genezing al heb ontvangen en volgens het principe van Jezus uit Marcus 11:23, zal ik het dus ook krijgen. Maar hoe lang dat gaat duren, weet ik niet. Misschien zie ik het pas in mijn verheerlijkte lichaam, en misschien eerder. In zekere zin vind ik dat niet zo spannend meer. Ik kan nu rusten in het feit dat Jezus alles al volbracht heeft en dat ik het op een dag ga zien. God is goed en Hij blijft goed. Hij zorgt voor mij en Hij baant de weg voor mij. Ik zal Hem blijven verheerlijken, ondanks de omstandigheden. Ik kan niet anders en ik wil niet anders.

Groeten van Rineke