Kruiken

0
85

Soms kun je zo’n gevoel hebben dat je vastroest op de plek waar je bent, dat je geen stap verder komt en alsmaar in hetzelfde cirkeltje rond blijft draaien. Dat gevoel had ik deze winter. Voor mijn gevoel kwam ik maar niet verder, en dat maakte dat ik me rot ging voelen. Nou had ik me daar bij kunnen neerleggen en de weg van de minste weerstand kunnen kiezen, maar dat is niks voor mij. Ik weet dat die weg naar beneden gaat. Hoe verder je op die weg komt, hoe moeilijker het is om weer omhoog te komen. De enige manier voor mij om van die weg af te komen, was door actief mijn gedachten een andere kant op te sturen. Dus in plaats van te denken aan wat ik allemaal niet kon, ging ik nu heel bewust zoeken naar wat ik wel kon doen. En dat viel niet mee.

Ik heb een hele berg ervaring, maar ik heb nog nooit een beroepsopleiding afgerond. Ik heb dus geen papieren. Er zijn wel dingen waarvan ik weet dat ik ze beter zou kunnen dan iemand die net afgestudeerd is op dat vak, maar zonder diploma kom ik daar niet binnen. Dat zijn de overheidseisen. En ik weet zeker dat ik na jaren van studie mijn Bijbel minstens zo goed ken als een gemiddelde voorganger, maar ja, ik heb geen Theologie- of Bijbelschooldiploma, dus er is geen kerk of gemeente die mij in dienst zou willen nemen. Afgezien al van het feit dat ik een vrouw ben, want dat is nog een nadeel. Terwijl ik zo in dit denkproces zat, werd ik mij er langzaam van bewust dat ik weer aan mijn beperkingen dacht. En dat is precies wat je in zo’n situatie niet moet doen. Dat is werelds en dat gaat in tegen Gods manier van denken.

In de Bijbel staat het verhaal van een weduwe die bij Elisa komt met een groot probleem. Haar man is net overleden en er komen schuldeisers. Ze ziet geen mogelijkheid om de schuld te betalen en nu willen de schuldeisers haar kinderen meenemen als slaven om zo de schuld te vereffenen. Elisa vraagt dan aan haar: “Wat hebt u in huis?” Ze heeft alleen maar een kruikje met olie. Elisa geeft haar dan de opdracht om vaten te verzamelen en de olie in die vaten te gieten, en terwijl ze dat doet, blijft de olie maar stromen. Pas wanneer het laatste vat vol is, stopt de olie met stromen. Nu kan ze de olie verkopen en heeft ze voldoende geld om de schuld af te betalen en ze kan leven van wat er over is.

Deze vrouw had maar één kruikje olie. Elisa zei niet: “Dat is wel heel erg weinig! Wat denk je te beginnen met maar één kruikje olie?!” Al was het een kannetje water geweest, of een oud kleedje… het had niet uitgemaakt. Wat zij had, was voldoende om mee te beginnen. En zolang de vrouw bleef schenken, raakte de olie niet op. Gods voorziening begon vanaf het punt waar haar middelen ophielden. Maar ze moest wel eerst een stap in geloof zetten en gebruiken wat ze had.

Dit verhaal liet mij denken aan wat ik heb. Ik heb heel wat meer dan alleen een kruikje olie. Als ik daarmee begin, dan gaat God toevoegen op het punt waar mijn eigen kunnen, mijn middelen en mijn mogelijkheden ophouden. En hoeveel God toevoegt, hangt af van hoeveel vaten ik aanbied. Ik zal zorgen dat dat er heel veel zijn!