Preekpremie

0
23
Eén kersenbonbon is lekker. Een heel zakje ook nog. Maar als je drie zakjes leeg hebt gegeten, zweer je dat je nooit meer één bonbon in je mond steekt. Het klinkt raar, maar zo is het ook met geestelijke zaken. Niet met God. Het is niet zo dat je ooit genoeg van God kunt krijgen. Maar wel van het alsmaar zoeken, studeren en toepassen. Als je iedere dag uren met je neus in de Bijbel, een commentaar of een concordantie zit en de resterende tijd over datgene nadenkt. Als je iedere week weer twee zinvolle preken moet schrijven. Als je de ene na de andere conferentie af moet. Als je alleen nog maar met geestelijke zaken bezig kunt zijn en niet meer met de voeten op de aarde staat. Ja, dat kan teveel van het goede zijn.

Door Rineke Peterson

In het boek spreuken staat: ‘Eet wat honing. Dat is goed voor je.’ En een paar verzen verder staat: ‘Eet niet teveel honing. Dat is niet goed voor je.’ In datzelfde boek Spreuken wordt het vergaren van wijsheid ook wel vergeleken met het eten van honing. Het alsmaar vergaren van wijsheid is dus niet goed voor je.

Ik kan me dus zo voorstellen dat het voor een dominee of voorganger heel belangrijk is om eens iets anders te doen. Om bijvoorbeeld gewoon eens een weekend te gaan skiën, een middagje over een markt te struinen, of een weekje naar Center Parks te gaan en de Bijbel thuis te laten. Gewoon je aandacht eens te richten op de wereld om je heen. Als je de radartjes in je hoofd even stil zet, lijken de ideeën ineens zomaar uit de lucht te vallen. Je krijgt ineens oplossingen voor problemen waar je al een tijd mee worstelt, je krijgt antwoorden op de vragen die je hebt, je krijgt nieuwe inzichten doordat je ineens iets ziet gebeuren wat een beeld is van datgene wat je probeert over te brengen.

Rusten is goed. God weet dat. Niet voor niks heeft Hij in de Bijbel gezet: ‘Degenen die arbeiden in het onderwijs komt dubbel eerbewijs toe.’ En met dat dubbele eerbewijs bedoelt hij niet dat we eens wat vaker ‘bedankt’ zeggen tegen onze voorganger, maar dat hij een dubbel salaris krijgt. Ik weet het. Hier willen veel christenen niks van horen. Wat moet hij met zoveel geld, is hun redenatie. Nou, dat is heel simpel. Een voorganger kan met een dubbel salaris eens vaker uit, waardoor hij beter in staat zal zijn ‘schapen’ te voeden en verzorgen.

Ik pleit voor een preekpremie. Voor een wekelijkse extra collecte voor de voorganger. Met deze collecte kunnen we laten zien hoeveel we hem waarderen en hoezeer we het hem gunnen dat hij uitgerust en ontspannen is. Laten we hem dan met ons geld eren voor wat hij doet en heeft gedaan. Daar worden we zelf ook weer beter van.