Wonder of trucage

0
54
Mensen zijn van oudsher geobsedeerd door het bovennatuurlijke of het onverklaarbare. Zij willen daar hoe dan ook inzicht in verwerven. Ook zijn de mensen geboeid door zogenaamde magiërs. Dat zijn goochelaars of illusionisten die door hun vingervlugheid met kaarten of andersoortige onmogelijkheden de mensen vermaken en verbaasd doen stellen.

Laatst kwam mij een interview onder de aandacht waarbij een jongeman genaamd Steven Frayne vertelde dat hij al als kind graag goochelaar wilde worden. Zijn grootvader waarmee hij een zeer goede band had leerde hem al heel jong enkele trucs met speelkaarten. En op de vraag van zijn grootvader aan hem wat hij nu het liefst zou willen als hij een groot goochelaar zou zijn, antwoordde de jonge Steven: ‘Dat ik op water kan lopen’. Zijn grootvader lachte hem niet uit maar stimuleerde hem des te meer door te gaan met goochelen.

Hij groeide op en bewonderde de grote goochelaars en illusionisten van toen. Onder ander David Copperfield. Deze heeft via een tv-show het vrijheidsbeeld doen verdwijnen. Ook een olifant verdween in zijn show. Steven zette door en werd later de bekende goochelaar Dynamo die via YouTube en tv-kanalen de wereld verbaasd met trucs die aan het onmenselijke grenzen. Hij liep zichtbaar over het water van de rivier de Theems (foto). Zijn kinderdroomwens was uitgekomen. Het verbaast mij dan ook niet dat hij niet in God geloofd maar in zijn eigen kunde, zoals hij zei.

En de mensen smullen ervan. Hoe doet hij dat toch, vraagt een ieder zich af. Allemaal illusie, zeg ik dan. Maar dat is toch niet te verklaren. Het is de duivel zelf, heb ik weleens gehoord. Wie weet dat er sommige magiërs zich laten gebruiken en hun ziel aan de duivel hebben verkocht in ruil voor wereldroem.

Ooit deed ik ook eens een poging tot iets groots toen ik ongeveer 8 jaar oud was. Ik had pas op school dat verhaal van de Here Jezus op het meer van Galilea gehoord. Daar was ik zo van onder de indruk dat ik er steevast van overtuigd raakte dat ik dat ook kon. Op een dag stormde en regende het flink rond ons huis. En ik moest nog een boodschap voor mijn moeder doen. Buiten gekomen waaide ik bijna van de straat. Dat werd ik zo zat dat ik rechtop in de stormwind stond – met Jezus in gedachten – de gedenkwaardige woorden sprak: ‘Wind wees stil!’

En wat denkt u, juist het werd stil… maar niet heus. Stel nu dat het stil was geworden. Ik moet er niet aan denken. En toch was ik er stellig van overtuigd. Het heeft later mijn geloof niet ondermijnd moet ik zeggen. En over water lopen ben ik maar niet aan begonnen, ik had mijn lesje wel geleerd. Ik weet nu dat God, een God van wonderen is. Kijk maar om je heen, in het heelal of vlakbij je voeten, naar de mieren. Maar je moet het wel willen zien. Geen trucage gedoe. Wonderlijk niet?
Peter Bakker