Wie wil er geen respect?

0
77
Bewijst de opdracht om je vijanden lief te hebben niet dat de Bijbelse moraliteit boven onze macht gaat? Dat zou mee kunnen vallen.

Liefde is een raar ding. Alle mensen hebben lief, ook afpersers, tirannen, seriemoordenaars en zelfs mensenhaters. De vraag is wát je liefhebt: je partner, je moeder, je carrière, je vrije tijd, je gevoel, zweetlucht, pijn, treiteren, perverse seks of occulte duisternis.

De literatuur meet het allemaal breed voor ons uit: liefde is onbegrensd. Dus als Jezus ons aanraadt onze vijand lief te hebben, opent Hij eenvoudig een onverwachte mogelijkheid. Vrienden liefhebben doen we al. Saai. Cliché. Zelfs tirannen doen dat.

De vraag is of we geestelijk willen groeien. Net als bij de rijke jongeman: ‘Als je echt volmaakt wil zijn, geef dan alles weg.’ Je zou dus kunnen overwegen: ‘Mijn vijand… ach waarom niet? Wie weet heeft die smeerlap, als ik mijn houding verander, geen lol meer in zijn pesterijen…’

Bovendien hebben we volgens Johannes een goeie reden om onze medemens lief te hebben, namelijk omdat God ons eerst heeft liefgehad. Als Hij dus ook van onze vijand houdt, wie zijn wij dan om dat niet te doen? Jezus’ opdracht komt niet zomaar uit de lucht vallen, net zo min als Paulus’ vermaning je eigen vrouw lief te hebben. Er is altijd een goeie reden voor. Het is wijs de Bijbelse richtlijnen te volgen. Je bouwt dan op een rots en niet op zand. Het is ook een reële optie: liefhebben is ons net zo vertrouwd als ademen, en wij hebben de vrijheid om te kiezen wát we liefhebben.

Er is echter een moeilijkheid. We leven doorgaans in de veronderstelling dat we helemaal niet kúnnen kiezen wat we liefhebben. Je hebt het niet in de hand. Het moet je gegeven worden. Je kunt toch je hart niet dwingen? Liefde komt eerst en je keuzes gaan daar gewoon in mee. Maar Jezus draait dat om. Hij zegt dat waar je schat is, je hart zal zijn. De schat is dat wat je kiest. Daarna ga je ervan houden. De keuze gaat voorop, de liefde volgt. Heb je een foute schat, dan kun je die afdanken en een betere kiezen om je hart aan te geven. Dat is Jezus’ verrassende volgorde.

Laten we de liefde eens verkennen aan de hand van een kwartet Griekse woorden die ermee vertaald worden.

Neem eros, een geliefd begrip in de Griekse oudheid.. Eros is de zinnelijke liefde: verlangen, hartstocht, vervoering, extase. Het komt het dichtst bij verliefdheid, waar de wereldliteratuur vol van is. In alle romans waarin ‘ze mekaar krijgen’ gaat het uitsluitend om eros. Die boeken eindigen als het echte leven pas begint. Eros is een oerkracht die je overvalt. Het is to fall in love, een roes, één en al emotie, de wil speelt nauwelijks een rol

Het begrip filia komen we eveneens in de oude Griekse geschriften tegen, Het betekent: vriendschap, kameraadschap, tederheid, graag mogen, sympathie. Het is houden van in de zin van to like. Het komt het dichtst bij genegenheid. Die affectie kan ver gaan. De literatuur kent voorbeelden van zelfopoffering voor een vriend. Filia is voorkeursliefde, gaat over smaak en persoonlijke keuze: ‘Ik houd meer van spinazie dan van spitskool’. Een goede vriend krijg je niet, die kies je. Hij is een favoriet, een uitverkorene. Filia is strikt persoonsgebonden, er bestaat geen ‘filia voor alle mensen’.

De liefde die de Grieken storgè noemden, verwijst naar natuurlijke verbintenissen als familie- en stamverbanden. Het is dus de vanzelfsprekende liefde van een kind voor zijn moeder. Storgè komt dicht bij ons begrip loyaliteit. Het is een liefde waarbij knuffelen en vertroetelen hoort, zonder dat daar sexuele gevoelens bij worden gewekt.
 
Het Nieuwtestamentische woord agapè wordt ook met liefde vertaald, maar de oude Grieken gebruikten het niet in hun geschriften. Het was blijkbaar te gewoon, te alledaags, te saai om in hun verhalen een rol te mogen spelen. Agapè kent veel associaties zoals achting, waardering, gulheid, edelmoedigheid, erbarmen, mildheid, solidariteit, geëngageerdheid, verdraagzaamheid. De betekenis komt het dichtst bij respect. Paulus omschrijft het begrip prachtig in 1 Kor.13.

Agapè is niet gebaseerd op emotie. Gevoel kan vólgen, maar neemt niet het initiatief. Het is ook geen geestelijk hoogstandje, maar in feite aan een ieder gegeven. Je hoeft geen heilige of geestelijk getrainde monnik te zijn om het te kunnen praktiseren. Het is onopvallend, er valt weinig eer mee te behalen. Het is niet op maat gesneden, iedereen past er in. Eigenbelang speelt geen rol, agapè eist immers niets maar geeft alles.

Eros overkomt je, filia is een bewuste keuze en storgè een natuurgegeven. Maar agapè ìs er als mogelijkheid, zonder aanzien des persoons. Het bereikt alle mensen. Iedere ziel heeft het verlangen agapè te ontvangen en te geven. Wie wil er geen respect? Agapè is niet afhankelijk van stemmingen en ook niet van voorkeuren. Het is naastenliefde. Om die reden is het mogelijk om je vijand lief te hebben   er wordt immers niet gevraagd ze sympathiek te vinden. Agapè stelt ons in staat om van hufters te houden, zoals God dat ook doet. Hij houdt toch ook van ons? Ten slotte eist agapè niets. Zij legt geen beslag op de ander, maar respecteert zijn vrijheid. Kortom, agapè zoekt het geluk in het geluk van de ander.
 
Straks, in Gods Rijk, zijn geloof en hoop verdwenen. Eros, filia en storgè waarschijnlijk ook. Maar die ene liefde, agapè, blijft tot in eeuwigheid.

Leo de Vos
Voormalig programmamaker bij de Evangelische Omroep