Bij het overlijden van Ruud Lubbers

0
57
Het overlijden van Ruud Lubbers doet ons terugdenken aan zijn politieke inzet in de jaren zeventig en tachtig die tot gevolg had dat en een abortuswet en een euthanasiewet tot stand kwamen in de periode dat hij minister-president was. We hebben ons als Schreeuw om Leven uitermate ingezet om ons daar heftig tegen te verzetten in de strijd voor het leven. Op 18 december 1980 werd de wet aangenomen in de Tweede Kamer en op 28 april 1981 in de Eerste Kamer. De dood heerst in ons land.

Met het heengaan van Ruud Lubbers herdenken we ook de anderhalf miljoen kinderen die in hun moederschoot sinds de aanname van de abortuswet zijn omgekomen in ons land en het groeiend aantal dat gedood wordt als gevolg van de euthanasiewet.

O HEERE, ontferm U over ons land en ons volk. Wij hebben gezondigd. Doe ons opstaan en voor het leven gaan. Voordat het te laat is.

L.P. Dorenbos

Hieronder enkele pagina’s hierover in de Schreeuw om Leven publicatie ‘Schreeuw uit de baarmoeder’ van april 2012.

Moeder, je stemt toch tegen?
In de pauze lobbyden we in de Eerste Kamer. De eerste fase van het abortusdebat in de Eerste Kamer was voorbij. Er heerste een nerveuze stemming. Er werd, letterlijk en figuurlijk, op hoge toon gesproken. We klampten de leden van het CDA aan. Abortus kan niet, mag niet. Het gaat om een kind, het gaat om een grondrecht. De dokters van de abortusklinieken zaten tegenover ons op de publieke tribune. In hun witte jassen. Vreselijk: wat agressief en pontificaal. De stemming kwam. Later hoorden we dat in de pauze de VVD-fractieleidster mevrouw Haya van Someren-Downer door haar zoon was opgebeld, dat ze toch vooral tegen moest stemmen. Ze stemde tegen. Het wetsontwerp kwam niet door de Eerste Kamer. Het moest terug naar de Tweede Kamer.

Zijn ene stem maakte wel uit of de wet werd aangenomen
Het was 18 december 1980. Er kwam weer een stemming in de Tweede Kamer, op de laatste zitting voor het kerstreces. En opnieuw heerste er die nerveuze sfeer. Ook toen waren wij aanwezig en spraken met de pro-lifers binnen het CDA. De hoofden waren geteld, de stemming zou plaatsvinden, de bel ging. Allen spoedden zich naar de vergaderzaal. Zelfs zieke Kamerleden waren opgetrommeld om toch vooral maar te kunnen stemmen. CDA-afgevaardigde Mateman, een pro-lifer, die wij vlak voor de stemming nog bewogen pro-life te stemmen, zei dat zijn stem niet bepalend zou zijn voor de uitslag en dat hij dus best met de meerderheid van zijn partij kon meestemmen vóór de wet. Met nonchalance wuifde hij onze argumenten, om toch principieel te blijven, weg. Even later kwam hij geheel verbijsterd, met draaiende ogen en een vuurrood hoofd, uit de vergaderzaal, nadat hij bemerkt had dat de aanvaarding van de ‘Wet afbreking zwangerschap’ wel van zijn stem had afgehangen. Het wetsontwerp was met slechts één stem meerderheid aangenomen!

Nederland koos voor de dood
Doordat deze wet met slechts één stem meerderheid werd aangenomen, was het alsof God duidelijk maakte dat het van iedere Nederlander had afgehangen dat abortus was gelegaliseerd. Ieder die net anders gestemd zou hebben, had kunnen bepalen dat de wet er niet door zou zijn gekomen. Met de wet in de hand mochten in het vervolg kinderen in de moederschoot gedood worden, mits het maar zorgvuldig gebeurde. Zo eindigde de hevige discussie, die jarenlang de beide Kamers had verhit. In de Eerste Kamer gebeurde enkele maanden later, op 28 april 1981, precies hetzelfde. Met slechts één stem meerderheid werd de Wet afbreking zwangerschap aangenomen. Nederland koos voor de dood.

Wij, Koningin bij de gratie Gods
Na de stemming liepen we in de gangen van het parlementsgebouw een vermoeide fractievoorzitter van het CDA, de heer Lubbers, tegen het lijf, die ons een hand gaf en ons de woorden ontlokte: “Een droeve dag voor Nederland”, waarop zijn schouderophalend antwoord kwam: “Dat is nu eenmaal politiek.” Verbouwereerd over zoveel nonchalance kwamen we op het donkere parkeerterrein mevrouw Cornelissen tegen, één van de CDA-woordvoerders, die, ontzet over wat er gebeurd was, naar ons riep, dat zij ook niet wist hoe het anders had gemoeten, waarna ze snel wegging om, zoals ze zei, “op verhaal te komen bij de nonnetjes”. Zo trok de nacht over Nederland en mochten zwangerschappen met de wet in de hand worden afgebroken. Niet lang daarna zette de koningin haar handtekening onder de Wet afbreking zwangerschap. “Wij, Koningin bij de gratie Gods” hebben besloten, dat vanaf nu de ongeboren Nederlanders in de moederschoot gedood mogen worden.

Beter een half ei dan een lege dop
Allang was de leugen achterhaald dat het bij abortus zou gaan om een klompje slijm of over iets dat nog geen mens is. Het was al bekend dat het bij een kind van twaalf weken in de moederschoot gaat om een mensje dat al helemaal gevormd is en bij wie de organen al zijn aangelegd en dat het wat later pijn voelt en dat het kan horen. Het kindje moet alleen nog maar groeien tot het geboren wordt. De drogreden dat er nog geen sprake is van een mens, kan niet meer worden gehanteerd, al wordt dat nog gretig gedaan door lieden die hun geweten dicht willen schroeien en die de mensen in het land een rad voor de ogen willen draaien. “Beter een half ei, dan een lege dop”, riep toentertijd de gerenommeerde CDA-politicus van ARP-huize, de heer Schakel, over de wet, omdat de Wet afbreking zwangerschap nog wel enkele regels had waaraan men zich moest houden. Het is gebleken dat deze regels veelal vrij geïnterpreteerd konden worden.

Abortusmateriaal als koopwaar
De karavaan trok voort. Nu begon de pro-life strijd pas echt. We belegden gebedsamenkomsten voor het leven in de Evangelisch-Lutherse Burgwalkerk in Den Haag. Samen met broeder Kits, Feike ter Velde en Arie Pronk op het prachtige orgel. We hebben dat jaren gedaan tot broeder Kits stierf. Bidden voor regering en volk. Elke derde zondagavond van de maand. Nog steeds worden, met de wet in de hand, kinderen gedood, dag in dag uit, week in week uit, jaar in jaar uit, meer dan 30.000 per jaar, 100 per dag. Nu al meer dan een miljoen. Het leven gaat door en kinderen sterven. Zelfs late abortussen vinden plaats en er worden proeven gedaan met het weefsel en de organen. Als we later de bekende arts dr. Nathanson, hoog in zijn flat ergens in het centrum van New York, ontmoeten en spreken over de ontwikkelingen rondom abortus, dan verwacht hij dat weefselbanken worden opgezet, waarbij met opzet vrouwen zwanger worden gemaakt met als doel weefsel te kunnen verkrijgen. Onze oren tuiten als hij verder de genenbanken aan de orde stelt. Alleen wat genetisch waardevol genoeg is, zal mogen blijven leven. Het blijkt dat er inderdaad prijslijsten bestaan voor geaborteerd materiaal en dat er een groot gevecht plaatsvindt of embryonaal weefsel gebruikt mag worden voor het bestrijden van bepaalde ziekten. En we hebben het vandaag al over embryoselectie.

Je ziet hoe een kindje bij abortus wordt uiteengerukt
Samen met zijn vrouw heeft dr. Nathanson de film The Silent Scream gemaakt, waarin doormiddel van echoscopie een abortus wordt getoond. Je ziet het kind voor het zuigapparaat van de aborteur wegvluchten en met zijn mondje opengesperd, als het ware een schreeuw om leven gevend, de dood ingaan. Volkomen verbouwereerd zagen mijn vrouw en ik deze film voor het eerst als directeur van de Evangelische Omroep. Samen deden we de belofte om nooit meer moe te worden van de strijd tegen abortus. Deze kinderen worden aan de lopende band meedogenloos vermoord, op een manier die je zelfs een beest niet aan zou durven doen. Uiteengerukt en weggezogen. Alsof je zomaar ongestraft leven kunt wegrukken onder het hart van de moeder, waar de baby zich toch het meest veilig zou moeten weten? Wat voor barbaarse mensen zijn wij geworden, door te doen alsof abortus een simpele medische handeling is, die niets om het lijf heeft.

Schreeuw om Leven is geboren
We vertonen de film The Silent Scream voor de Evangelische Omroep. Groot protest bij de pro-abortuslobby, hoe we deze “gruwelijke” film durven te vertonen. Zelfs tegenstanders van abortus denken dat je het niet zo duidelijk voor het voetlicht mag brengen. De boodschap is over gekomen. De strijd gaat verder. We besluiten onze vrienden en kennissen, te schrijven hoe geschokt we zijn over deze film. Schreeuw om Leven is geboren. We roepen 18 december, de dag dat de Tweede Kamer in 1980 de Abortuswet aannam, uit tot “De dag en nacht voor de ongeboren kinderen”. We besluiten voor alle abortusklinieken op die dag een nachtwake te houden met brandende fakkels. In de donkere nacht voor de abortuskliniek, waar dag in dag uit kinderen uit de baarmoeder worden gehaald en in de afvalemmer verdwijnen, willen we ons verootmoedigen en bidden om vergeving en voor de afschaffing van abortus. ’s Nachts, omdat het het daglicht niet kan verdragen, zoveel schuld en ellende. Hier past geen lawaai, hier past alleen doodse stilte van de oneindige begrafenisstoet die voorbijtrekt als weer een kind in één van de klinieken en ziekenhuizen in ons land wordt vermoord. O HEERE, ontferm U.

Eén jaar abortus: 40.000 kruisjes in het Zuiderpark
Ik verlaat de Evangelische Omroep en stap samen met mijn vrouw fulltime in Schreeuw om Leven. We gaan actie- en mediagericht op stap. We zetten 40.000 kruisjes in het Zuiderpark in Den Haag, voor elk geaborteerd kind één kruisje. Kardinaal Simonis en Meindert Leerling, toen fractievoorzitter van de RPF in de Tweede Kamer, spreken in een grote tent in het park. Indrukwekkend. We demonstreren op het Binnenhof. We trekken met zeehondenposters langs het strand, omdat we meer voor zeehondenbaby’s opkomen dan voor onze eigen kinderen. De zeehonden roepen ons mensen op om ons nu in te zetten voor de mensenbaby’s. We schrijven petities. We sturen een rouwkaart aan de leden van de Tweede Kamer. We leggen rouwkransen bij de abortusklinieken. We leggen een groot bloemenmozaïek op het Binnenhof, waarop een vader en moeder staan afgebeeld die hun kindje loslaten. We organiseren handtekeningenacties. We blijven aan de weg timmeren. We geven niet op. Abortus moet worden afgeschaft.

Het gaat om het doden van een kind
Steeds meer wordt duidelijk, dat het bij abortus gaat om het doden van een kind. Dat wordt ook steeds minder ontkend. In onze gesprekken met directeuren van abortusklinieken is er niet één meer die ontkent dat er een kindje wordt gedood. Zij noemen het liever een foetus. Men zegt de moeder te willen helpen. Als enige argumentatie wordt nu gezegd, dat het kind niet gewenst wordt en dat men binnen de wettelijke grenzen blijft en dus legaal bezig is. Er is geen ethisch schuldgevoel dat er toch een kind gedood wordt en dat er ook opgekomen moet worden voor de rechten van dat kind. De moeder beslist. Het kind is het kind van de rekening.