Stephen Hawking en de dood van God

0
61
Op woensdag 14 maart overleed de natuurkundige Stephen Hawking (1942-2018). Naar aanleiding hiervan een column van wetenschapshistoricus Ab Flipse over natuurkundigen, God-talk, en Hawkings opvattingen over de Allerhoogste.

Natuurkundigen hebben bij uitstek verstand van God. Dat vond althans de grootste natuurkundige aller tijden, Isaac Newton. Die stelde in de Philosophiae Naturalis Principia Mathematica (1687), zijn boek over de zwaartekrachttheorie, dat het ‘zeker behoort tot de natuurfilosofie’ om ‘te betogen over God’. Waar de meeste biologen na de negentiende eeuw, ongeveer sinds Charles Darwin zijn evolutietheorie ontwikkelde, dergelijke God-talk achter zich hebben gelaten, toonden natuurkundigen zich minder terughoudend om uitspraken te doen over de Allerhoogste. Albert Einstein sprak ook in de twintigste eeuw nog graag in religieuze termen over de moderne natuurkunde. ‘God dobbelt niet’, vatte hij zijn visie op de kwantummechanica samen. En Stephen Hawking schreef in de jaren tachtig een bestseller over het heelal, A brief history of time, met een befaamde slotzin waarin hij stelde dat, wanneer we de Theorie van Alles vinden, we ‘de geest van God’ kennen.

Lees de column van Ab Flipse op de site van Geloof & Wetenschap