Open Doors wereldwijde actie hongersnood Nigeria

0
98
15.000 christelijke gezinnen in Noordoost-Nigeria zitten zonder voedsel. Ze zijn gevlucht voor Boko Haram, maar moeten nu ook de vluchtelingenkampen verlaten. De regering deelt wel voedsel uit, maar christenen worden daarbij achtergesteld. Ruud Kraan, directeur van Open Doors Nederland: “We moeten nu wat doen”.

De oorlogssituatie in Noordoost-Nigeria duurt voort en heeft al aan duizenden mensen het leven gekost. Christenen die voorheen hun toevlucht hadden genomen tot vluchtelingenkampen van de overheid, moeten die nu weer verlaten. President Muhammadu Buhari wil dat mensen terug naar huis gaan en hun leven weer oppakken. De overheid heeft onvoldoende hulp verstrekt aan de christenen in het Noordoosten van Nigeria.  Bij het verstrekken van die hulp, worden christenen dikwijls achtergesteld. De lokale kerk in Nigeria wil actie ondernemen, maar heeft gebrek aan middelen en vraagt om hulp.

Hongersnood
Kraan: “De situatie voor christenen is daar hopeloos. De hulp die mondjesmaat hun kant opkomt is lang niet genoeg. We spreken van een hongersnood. Bij gebrek aan voedsel eet men bladeren.” Open Doors heeft een noodhulpcampagne gestart om de hongersnood in Nederland onder de aandacht te brengen. Open Doors-kantoren in andere landen doen hetzelfde. Het doel is om de 15.000 gezinnen op korte termijn van voedsel te kunnen voorzien. Daarvoor is 2 miljoen euro nodig. Een voedselpakket kost 110 euro en kan vijf gezinsleden twee maanden lang voeden. Op www.opendoors.nl kunnen bezoekers lezen over de situatie in Noordoost-Nigeria en een donatie overmaken voor de voedselhulp.

Onveilig
Voor hulpverleners is het onveilig om hulpgoederen te bezorgen. Boko Haram is actief in het gebied en voert aanvallen uit. Ook de radeloosheid van hongerige Nigerianen maakt uitdelen van voedsel risicovol. Kraan: “Niet voor niets roepen we vooral ook op tot gebed voor de christenen in Nigeria en de mensen die hen van hulp voorzien. Zij nemen grote risico’s om monden te voeden. Het is gevaarlijk werk, maar we kunnen niet hulpeloos toekijken.”